Zelfstartend vermogen: een kerstverhaal

Ik loop langs fel verlichte etalages, maar kijk strak voor me uit. Mijn ogen komen net boven de kraag van mijn jas uit. Het is nat en guur. Ondanks het slechte weer is het druk op straat. Mensen lopen winkel in en winkel uit, sjouwen met tassen en lijken allemaal haast te hebben. Niemand heeft oog voor elkaar en toch gebeuren er geen ongelukken. Ook ik heb geen oog voor anderen. Ik zit gevangen in mijn eigen gedachten. Hoe heeft het toch zover kunnen komen?
Begin dit jaar leek er niets aan de hand. Ik had een leuke baan en verdiende voldoende geld om samen met mijn vrouw serieus aan kinderen te denken. Zij was inmiddels 36 en ik bijna 40. Als we nog langer zouden wachten waren we naar onze mening te oud om nog vader en moeder te worden.
Het duurde niet lang voordat Maria zwanger was. Ik kan mij het eerste bezoek aan de verloskundige nog goed herinneren. Voor het eerst hoorde ik het hartje van onze zoon of dochter. Wat een prachtig moment. Gelukkiger dan dat kon ik niet worden.

De ommekeer

Het geluk was van korte duur. Een paar dagen na ons bezoek aan de verloskundige werd door mijn werkgever een grote reorganisatie aangekondigd. Ruim 25% van alle medewerkers werd boventallig verklaard. Ook ik moest afvloeien. In één keer zag de wereld er heel anders uit. Alle plannen die Maria en ik hadden gemaakt leken opeens onuitvoerbaar. Zij had met haar werkgever afgesproken om na de bevalling twee dagen in de week te gaan werken, zodat we zoveel mogelijk bij ons kind konden zijn. Samen met het inkomen uit mijn full time baan zouden we het financieel kunnen bolwerken.
‘Ja, zouden…’, denk ik voor de zoveelste keer terwijl ik het verwarmde winkelcentrum inloop. De roltrap brengt mij naar de eerste verdieping. Daar lijkt het zowaar nog drukker dan op de begane grond. Boven aangekomen loop ik direct naar een bankje dat een paar meter voor een prachtig opgetuigde kerstboom staat. Ondanks alle drukte is het bankje leeg, er zit niemand. Ik ben het geslenter moe en neem plaats.

Geen plaats voor mij

Ik kijk om me heen naar alle mensen die kris kras door elkaar lopen en plaats daarna mijn hoofd tussen mijn handen. Ik voel me moe, beroerd en bijna overbodig. Na mijn ontslag, nu twee maanden geleden, heb ik veel vacatures bekeken, vaak gesolliciteerd en veel gesprekken gevoerd, maar alles zonder resultaat. Ik snap het eigenlijk wel. Ik ben een man van bijna 40 die na zijn middelbare school direct is gaan werken. Iemand met veel praktijkervaring die zich in 20 jaar tijd heeft opgewerkt tot afdelingsmanager. Daar was ik altijd enorm trots op.
‘Als je iets wil bereiken en je werkt hard, dan lukt het ook’, zei ik tegen iedereen. ‘Ik ben het levende bewijs.’
Nu keert dit zich tegen mij. Voor andere werkgevers ben ik een man op leeftijd zonder opleiding. Die gedachte vreet aan mijn zelfvertrouwen. Ik heb het gevoel dat er niemand op mij zit te wachten. Er is voor mij geen plek in welke herberg dan ook.

Onverwacht bezoek

Ik ben diep in gedachten wanneer er een oudere man van een jaar of 70 naast mij komt zitten. Hij kijkt mij aan terwijl ik even opkijk. Hij knikt vriendelijk en ik probeer een glimlach op mijn gezicht te toveren. Ik heb het gevoel dat dat niet echt lukt.
‘Bent u kerst inkopen aan het doen?’, vraagt de oudere man.
Ik kijk hem weer aan en zie opnieuw het vriendelijke gezicht van zojuist. Ik zoek even naar de juiste woorden.
‘Nee, ik loop zomaar wat door de stad’, zeg ik kortaf.
‘Hmm’, klinkt het naast mij. ‘Houdt u niet van kerst?’
Ik ga rechtop zitten en draai mij een klein beetje naar de oudere man.
‘Ja eigenlijk wel’, antwoord ik twijfelend. De oudere man kijkt mij aan met de verwachting dat ik verder ga met mijn antwoord. ‘Dit jaar ben ik er niet zo mee bezig’. Ik probeer mijn antwoord zo neutraal mogelijk te houden.
‘U heeft andere en belangrijkere dingen aan uw hoofd. Ik zie het.’ De oudere man wendt zijn hoofd af en kijkt recht voor zich uit.
Ik kan het gesprek nu stoppen, maar voel toch de behoefte om te reageren.
‘Ja dat klopt. Maria, mijn vrouw is hoogzwanger terwijl ik twee maanden geleden mijn baan ben kwijtgeraakt.’ De woorden komen spontaan, zonder dat ik er echt over na heb gedacht. Ik wil mijn gedachten kwijt. Ik praat eigenlijk nooit over mijn situatie. Ja soms met Maria, maar dat leidt alleen maar tot spanningen.
‘Ik begrijp het’, zegt de oudere man en hij kijkt mij indringend aan. ‘Ik begrijp het. Fantastisch nieuws, maar het mooiste moment in je leven wordt overschaduwd door zorg over de toekomst. En dat tijdens de kerstdagen.’
Ik ben geraakt door zijn woorden.
‘Ik zou het niet beter kunnen zeggen. Ik maak mij inderdaad zorgen over de toekomst.’
‘Heeft u nog geen nieuwe baan gevonden?’
‘Nee, ik solliciteer me rot, heb veel gesprekken en word vervolgens afgewezen. Ik heb geen vervolgopleiding. Geen MBO, HBO of Universiteit. Ik ben een self made man. Door hard te werken en af en toe een cursus te volgen heb ik mijzelf opgewerkt tot afdelingsmanager.’
Terwijl ik dit zeg voel ik opnieuw de trots die ik altijd voel als ik het heb over mijn carrière.
‘Nu is de tijd anders’, ga ik verder. ‘Zonder vervolgopleiding is er geen plek voor je.’
‘En als je vrouw dan hoogzwanger is en de kerstdagen eraan komen, slaat de twijfel toe’, vult de oudere man aan.
Ik kijk recht voor me uit en knik ter bevestiging.
‘Dan worden kerstdagen moeilijke dagen. Ik weet het.’ De oudere man spreekt met zachte toon.

Een ander verhaal

‘Ook voor mij is de kerstperiode vaak een worsteling. Juist op deze dagen mis ik mijn vrouw.’
Omdat ik hem wat verschrikt en vooral vragend aankijk, gaat hij verder met zijn verhaal.
‘Ik had de mooiste en liefste vrouw van de wereld. Ik kon mij werkelijk niet voorstellen wat een vrouw zoals zij zag in een man zoals ik. Tot op de dag van vandaag ben ik verliefd op haar. Ware liefde bestaat.’
Ik zag de twinkeling in zijn ogen terwijl hij over zijn vrouw sprak.
‘De trots die u voelde toen u het zojuist had over uw carrière, voel ik als ik het heb over mijn vrouw. Er is mij enorm veel geluk toe gevallen. Tot zes jaar geleden.’
De oudere man keek mij met waterige ogen aan. Ik wist niet wat ik moest zeggen of vragen.
‘Vandaag, zes jaar terug overleed ze na een kort maar vervelend ziekbed. De hele kerstperiode heb ik naast haar gezeten. Ik wilde niemand om mij heen. Alleen met haar, mijn grote liefde, mijn steun en toeverlaat, mijn rots in de branding. Na de kerst heb ik haar naar haar laatste rustplaats gebracht.’
‘Wat erg’, stamelde ik.

Belofte

‘Ja, soms gebeuren er dingen die je leven totaal veranderen. Mooie dingen, zoals de dag dat ik mijn vrouw ontmoette, of de dag dat we elkaar voor het eerst kusten. Maar soms ook dingen die de bodem onder je bestaan lijken weg te slaan. Vandaag zes jaar geleden.’
We kijken allebei recht voor ons uit. Ieder met zijn eigen gedachten. Ik denk na over wat de oudere man zojuist had gezegd. Hij had gelijk, onverwachte gebeurtenissen geven een wending aan je leven die je soms niet voorziet.
‘Ik heb die kerst mijn vrouw een belofte gedaan’, ging de oudere man verder. ‘Ik heb haar beloofd dat ik de kracht die zij mij heeft gegeven zal gebruiken om door te zetten. Dat ik haar kracht door zal geven aan onze zoon en dochter. Ik heb haar beloofd dat ik niet bij de pakken neer zal zitten, maar dat ik zal doorgaan. Dat verdient zij. Dat ben ik haar verschuldigd.’
De oudere man zat rechtop en sprak strijdbaar. ‘Inmiddels heb ik twee kleinkinderen. Mijn vrouw heeft ze nooit kunnen zien. Ze zijn nog klein, maar toch vertel ik ze over hun oma. Over de liefste oma van de hele wereld. Over de kracht die zij mij gaf. Over de kracht die ik daardoor mijzelf kon geven. Over niet opgeven maar doorzetten. Juist op die momenten waarop het er op aan komt. Juist die momenten doen er toe.
Ik had het moeilijk na het overlijden van mijn vrouw, maar mijn zoon en dochter ook. Ik ben hun vader en we moesten verder. Niet neerslachtig en de moed opgeven, maar strijdbaar en vol zelfvertrouwen de toekomst tegemoet. Ook al zat het tegen. Ook al hadden we verdriet. Het was onze verantwoordelijkheid om niet de kop te laten hangen en het was mijn verantwoordelijkheid weer licht in de duisternis te creëren. Zeg maar het licht van de kerstster.’
De oudere man lachte en keek mij aan zoals een vader zijn zoon aankijkt nadat hij ongehoorzaam is geweest.
Even was het stil. De oudere man keek op zijn horloge en stond op.
‘Ik moet nog kerstkado’s kopen voor mijn kleinkinderen.’
Ik stond ook op en reikte hem de hand.
‘Mijn naam is Jos’, zei ik.
‘Fijne kerstdagen Jos. Ook voor Maria, je vrouw. Geniet van de mooie momenten die gaan komen en heb vertrouwen in jezelf.’
De oudere man draaide zich om en liep weg.

Zelfvertrouwen en verantwoordelijkheid

Ik nam opnieuw plaats op de bank. Ik moest even zitten om het verhaal van de oudere man te verwerken.
‘Hij heeft gelijk’, zei ik tegen mezelf. ’Ik moet mijn kop niet laten hangen, maar vertrouwen hebben in mezelf. Als ik geen vertrouwen heb in mezelf, wie heeft er dan vertrouwen in mij? Hoe kan Maria vertrouwen in mij hebben? Of mijn zoon of dochter straks? Het is mijn verantwoordelijkheid om vertrouwen in mezelf te hebben en dat uit te stralen naar anderen. Met dat zelfvertrouwen vind ik gegarandeerd een nieuwe baan.’
Met die kerstgedachte liep ik verder door het winkelcentrum, net als alle andere mensen op zoek naar een mooi kerstkado voor mijn vrouw en kind.