Mondkapje

‘Pap, waarom doe je een zakdoek voor je mond?’
‘Dat is geen zakdoek Stijn, dat is een mondkapje. Kijk ik doe de twee touwtjes achter mijn oren en het stukje stof voor mijn mond.’
‘Maar waarom doe je dat Pap?’
‘Op deze manier kan ik niet ziek worden.’
‘Moet ik dan geen wondsapje. Anders word ik wel ziek’.
‘Nee joh’, zei Edwin lachend. ‘Het is een mondkapje. En nee, jij wordt niet ziek. Daar ben je te klein voor. Alleen grote mensen kunnen ziek worden’.
‘Waarom hebben dan al die andere grote mensen geen mond-kap-je?’ Stijn wees met zijn kleine vingertje vanuit het winkelkarretje de supermarkt in.
Tja, daar wist Edwin niet zo snel een antwoord op. Het duurde een paar seconden.
‘Die mensen zijn niet bang dat ze ziek worden, of misschien zijn ze al ziek geweest’.
‘Maar jij bent toch ook wel eens ziek geweest Pap.’

Ongemakkelijk

Het gesprek werd er niet gemakkelijker op. Edwin liep langs de stellingen in de supermarkt en dacht na over een antwoord.
‘Ik heb ook een mondkapje om ervoor te zorgen dat andere mensen niet ziek worden. Het zou toch niet fijn zijn als ik andere mensen ziek zou maken?’
Met dit antwoord hoopte Edwin dat zijn zoon van 5 de aandacht voor het gesprek kwijt zou zijn. Maar helaas, Stijn was volhardend.
‘Maar willen de andere mensen dan wel iemand anders ziek maken?’
‘Nee natuurlijk niet. Misschien hebben die mensen er niet zo goed over nagedacht of zijn ze het vergeten.’
Na dit antwoord bleef het stil in het winkelkarretje, tot ze een vrouw van middelbare leeftijd passeerden.
‘Je moet een m…, een kapje op, anders maak je Papa ziek’, zei Stijn met luide stem.
Zowel de vrouw als Edwin keken verschrikt op en lachten als een boer met kiespijn. Edwin doorbrak de ongemakkelijke stilte die ontstond.
‘Kom Stijn, we gaan bananen halen. Die vind je lekker!’
‘Jaaa’, schreeuwde het ventje enthousiast. ‘Nananen’.

Verantwoordelijkheid

Die avond zaten Ilona en Edwin op de bank en keken naar fragmenten uit de zoveelste persconferentie van de premier over de coronamaatregelen. Ze hadden zojuist gegeten en Stijn lag op bed. Hij was nog te klein om langer op te blijven dan half acht. Zaterdag of niet.
‘Stijn stelde mij een aantal moeilijke vragen vanmorgen in de winkel’, begon Edwin.
Ilona draaide haar hoofd en keek hem aan.
‘Moeilijke vragen? Hoezo?’
‘Hij vroeg waarom ik vrijwel de enige was die een mondkapje droeg in de supermarkt.’
‘Waren er dan geen andere mensen met een mondkapje?’, vroeg Ilona.
‘Nee, vrijwel niet’, antwoordde Edwin. ‘Ik vond het moeilijk om een goed antwoord te geven. Wat moest ik zeggen?’
‘Tja’. Ilona draaide haar hoofd weer naar de televisie en zag hoe journalisten de eerste vragen op de premier afvuurden. ‘Tja, jij neemt tenminste je verantwoordelijkheid. Als iedereen dat zou doen, was er misschien niet zoveel aan de hand.’
‘Dat antwoord zou Stijn niet begrijpen. Natuurlijk heb je gelijk. Als iedereen verantwoordelijkheid zou nemen en gewoon een mondkapje op zou zetten, zou de hele discussie niet bestaan. Maar waarom gebruiken dan maar zo weinig mensen een mondkapje?’

Verplichting

‘Het is geen verplichting. Het is een dringend advies!’, zei Ilona en ze stak daarbij haar rechterwijsvinger in de lucht.
‘Dus alleen als het een verplichting is wil je verantwoordelijkheid nemen. Wat is nou het verschil? Advies? Verplichting? Het gaat er toch om dat we elkaar niet besmetten?’ Edwin keek Ilona vragend aan.
‘Zeker, dat is zo. Maar ook de overheid heeft hier een verantwoordelijkheid. Zij voeren de regie en moeten duidelijk aangeven wat de plannen zijn. Zij moeten belangen afwegen en uitleggen waarom ze gekozen hebben voor bepaalde maatregelen en wat ze ermee willen bereiken. Ze hebben het nu zo ingewikkeld gemaakt dat maar weinig mensen het nog echt begrijpen en weten wat wel en niet mag.’
‘Daar heb je wel gelijk in, maar iedereen kan toch zelf ook nadenken. Dat betekent toch niet dat je geen verantwoordelijkheid meer hebt om andere mensen niet te besmetten.’ Edwin schoof wat naar voren op de bank.
‘Door het over te laten aan ieder individu’,  ging Ilona verder, ontstaan er interpretatieverschillen. Iedereen praat vanuit zijn eigen belang en heeft zijn eigen ideeën. Zo gaat iedereen er op zijn eigen manier mee om. Uiteindelijk leidt dat tot polarisatie. Van de week was er bij ons op school een verhitte discussie over ouders in de klas. Moet je dat nog toestaan of moet je dat verbieden? Als ik ouders verbied om even met hun kind van 4 of 5 de klas in te gaan zijn de rapen gaar. Dat stuit op veel onbegrip.’

Wantrouwen

‘Daar heb je gelijk in’, zei Edwin. ‘Ik merk ook dat de meningen steeds meer tegenover elkaar staan. Groepen die wel een bepaalde maatregel willen doorvoeren en groepen die dat niet willen. Er ontstaat wantrouwen naar elkaar toe en de spanning loopt op.’
‘Precies’, zei Ilona. ‘En wantrouwen kunnen we in deze tijd niet gebruiken. Dat is de reden waarom ik vind dat de overheid duidelijker stelling moet nemen. Er is genoeg gediscussieerd. Nu is het tijd voor actie.’ Ilona veerde even op van de bank.
‘Rustig maar. Denk aan je hart. Er is nu geen ruimte in het ziekenhuis.’ Ilona als Edwin schoten allebei in de lach. ‘Toch blijf ik het moeilijk vinden. Mensen nemen onvoldoende verantwoordelijkheid en verharden in hun standpunt. Hierdoor komen groepen tegenover elkaar te staan waardoor de rol van de overheid nog belangrijker wordt. Iedereen vraagt of ze duidelijker regels kunnen stellen. En het rare is dat als ze dat doen, iedereen weer over die regels valt en zich er niet aan wil houden. Je hoort het mensen denken: ‘Ze kunnen de regels toch niet handhaven, dus dan hoef ik mij er ook niet aan te houden.’ Zelfs dan willen de mensen geen verantwoordelijkheid nemen.’
Ilona en Edwin keken elkaar aan en zeiden niets. Het weerbericht kondigde het einde van de uitzending aan. Edwin stond op.
‘Wil je een glaasje wijn? Zolang we in ons eigen huis geen mondkapje hoeven te dragen kan dat nog.’

 

Wil je de veiligheid, het vertrouwen en de verantwoordelijkheid in je organisatie meten?
Klik hier en vraag de cultuurscan aan!